zondag 20 mei 2012

Bronnen: Amsterdamse prostituees, 1852-1853

Eén van de 98 prostituees die te vinden zijn in de online
databank van het Amsterdamse bevolkingsregister, 1852-1853
Gijs Hesselink attendeerde me via de blogpost van Chris op zijn boeiende post over Amsterdamse prostituees in 1852-1853. Door middel van een speciale databank is het bevolkingsregister van de genoemde periode online te raadplegen. Via de optie: uitgebreid zoeken, kun je op beroepen zoeken, zoals die van: "publieke vrouw". Dit geeft interessante informatie over de dames van plezier in de hoofdstad.


Uitkomsten
Gijs heeft de gegevens van deze beroepsgroep uitgezocht en het resulteerde in een groep van 98 vrouwen tussen de 20 en 40 jaar. Ik heb de gegevens van de vrouwen hier in een spreadsheet geplaatst. Diverse vrouwen worden verschillende keren genoemd, omdat ze verhuisden naar andere adressen in de stad. Het overgrote deel van de vrouwen komt uit Nederland en bijna de helft is geboren in Amsterdam. Dit aantal zal overigens veranderen als de economische groei vanaf de jaren zeventig intreedt.

Amsterdamse hoerenbuurt?
De mooie databank geeft een interessant inzicht in de leeftijd van de vrouwen, het geloof en in welke straten ze woonden. Gijs heeft de adresgegevens geanalyseerd om te achterhalen of er zoiets als een "hoerenbuurt" bestond. Hij heeft een mooi overzicht van het resultaat gemaakt op zijn blog. Toch moet je er een klein vraagteken bij zetten.

Of deze geregistreerde vrouwen bij de bordeelhoudster inwoonden of als zelfstandige werkte is niet duidelijk. Je zou daarvoor een verordening op de prostitutie in deze stad moeten bekijken, maar in die periode had Amsterdam die niet. Men zou het antwoord op de  vraag kunnen achterhalen, door aan de hand van de adressen van de publieke vrouwen, na te gaan of er nog meer publieke vrouwen op hetzelfde adres woonden. Als dat zo is, dan ligt dan het meer voor de hand dat op het adres een bordeel gevestigd was. Ook kun je in de online databank nagaan of er mensen met andere beroepen op hetzelfde adres als die van de publieke vrouw woonden. Dat zou dan de kans groter maken dat de vrouw zelfstandig als prostituee werkte. Tot slot helpt het als de namen van de vrouwen en de adressen terug te vinden zijn in andere bronnen, zoals politiearchieven.

Tot slot
Zo blijkt de vondst van een bron altijd weer te leiden tot nieuwe vragen. Dat neemt niet weg dat er dank zij deze databank weer mooie kansen liggen om meer te weten te komen over de prostituees in de hoofdstad. En daar heeft Gijs met zijn blogpost een mooi begin mee gemaakt.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen