dinsdag 7 augustus 2012

Gelezen: Geen cent te makken

Boek bij de tentoonstelling:
Geen cent te makken 
Na een tip van Thon Fikkerman bezocht ik onlangs de tentoonstelling van het Haarlemse Historisch Museum over de geschiedenis van de armoede in die stad. Op aanraden van Thon kocht ik ook het bijbehorende boekje. In tegenstelling tot de expositie besteedt het werk namelijk aandacht aan mijn afstudeeronderwerp: de negentiende-eeuwse prostitutie in Haarlem. Na de interessante tentoonstelling gezien te hebben, begon ik tijdens mijn terugreis in de trein, vol enthousiasme te lezen. Maar mijn zonnige humeur was van korte duur en voor het bereiken van Amsterdam Sloterdijk hadden de eerste donkere wolken de heldere hemel vertroebeld. Een overzicht van mijn bevindingen. 


Zelfredzaamheid? 
De 4 pagina's over de negentiende-eeuwse prostitutie zijn onderdeel van het hoofdstuk: "Zelfredzaamheid". Ik verwachtte dat het hoofdstuk ingaat op de vraag welke mensen gebruikmaakten van de armenzorg. De auteur geeft in de inleiding echter aan dat niet de mensen maar de instanties centraal staan die de groepen "die tussen wal en schip vallen" opvingen (p.10). Dit wordt echter voor de prostituees kort behandelt (p.15). De overige tekst gaat voor een aanzienlijk deel over de vraag hoe de meisjes in de prostitutie terechtkwamen, waarbij de auteur moeite heeft om te bepalen of dit wel of niet vrijwillig gebeurde. Op pagina 12 staat:
"de meisjes kozen er zelden zelf voor, maar werden door omstandigheden gedwongen."   
Op de volgende pagina geeft ze echter aan dat vrouwen liever prostituee waren dan een
"sloof in een fabriek of prooi voor mannen in het huis waar zij als dienstmeisje aan het werk zijn". (p.13)
Kennelijk hadden vrouwen dus wel keuzes. Het "onvrijwillige keuze" -argument wordt bovendien zwak als de auteur ingaat op de inkomsten die een vrouw kon verdienen in die periode. Het is waar dat men meer verdiende in een bordeel, dan in de fabriek of als dienstboden in een huishouden. Toch heeft het onderzoek van Dorsman en Stavenuiter aangetoond dat vrijgezelle vrouwen in hun onderhoud konden voorzien met steun van instanties voor de armenzorg, zonder prostituee te worden.(1)   

Ontbreken van referenties
Doordat een notenapparaat ontbreekt in het boekje is het vaak moeilijk om na te gaan waar de auteur haar informatie vandaan heeft gehaald. Zoals onderstaande citaten:
"Een meisje dat zich prostitueert is voor het leven getekend. De kans op fatsoenlijk werk is nihil" (p.12)
In de tweede helft van de negentiende eeuw neemt juist de prostitutie in Haarlem af. De opkomende werkgelegenheid in de confectie-industrie, dienstensector en wasserijen biedt alternatieve beroepsmogelijkheden en de eerste groep die verdwijnt uit de prostitutie zijn de vrouwen die geboren zijn in Haarlem en omgeving.(2) In vergelijking met vrouwen uit andere gebieden in Nederland en daarbuiten, hebben zij immers de beste netwerken om werk te vinden. Alleen in de jaren tachtig, als door de landbouwcrisis de Nederlandse economie tijdelijk stagneert, groeit het aantal prostituees in de stad weer. Ook in de literatuur wordt benadrukt dat de prostitutie vaak een manier was om in korte tijd snel geld te verdienen in economische moeilijke tijden.(3)
"Opvallend vaak vervullen de meisjes eerst het eerzame beroep van dienstbode. Hier wanen ze zich veilig tot de heer des huizes hen voor een vrijpartij benadert"(p.13)
Omdat de prostitutie in Haarlem afneemt zou het betekenen dat, althans volgens de redenering van de auteur,  het aantal welgestelde heren dat dienstboden aanrandt daalt. Deze uitleg klinkt echter niet overtuigend en kan niet op basis van het bestaande onderzoek bevestigd worden. Factoren, zoals de economische groei en de veranderingen in de wetgeving zijn meer voor de hand liggende redenen voor de afname van de prostitutie.(4)
"Een uitstapje naar een luxe bordeel kostte rond 1900: fl 12,50" (p. 13)
In Haarlem heb ik geen luxe bordeel, zoals Maison Weinthall in Amsterdam, kunnen ontdekken. Bovendien is de legale prostitutie in Haarlem aan banden gelegd vanaf 1899. Je kunt je ook afvragen wat een carrière in de prostitutie te maken heeft met armoede, het centrale onderwerp van het boek, want de vrouwen die als prostituee werkzaam waren verdienden immers goed.
"[...] blijkt uit de problemen die vrouwen hebben om uit het vak te stappen. Vanwege vermeende schulden aan de hoerenmadam" (p.15)
Het voorbeeld van Alida Lousa Swam in mijn scriptie laat zien dat een prostituee het bordeel zonder problemen kon verlaten in de stad.(5) Om haar schuld af te betalen gaf deze prostituee aan de bordeelhoudster de kist met haar luxe kleding terug. Ook in de verordeningen van de stad was vastgelegd dat de prostituee vrijwillig haar werkgever moest kunnen verlaten, zoals bijvoorbeeld de regelgeving uit 1866.(6) De auteur verwijst in een andere context wel naar de verordening uit dit jaar (op p. 15). Het is dus vreemd dat ze artikel 21 niet noemt als het gaat over vrouwen die bordelen willen verlaten.

Tot slot

Wat ontbreekt in de pagina´s over de prostitutie is een goede context. De auteur heeft ervoor gekozen om een periode centraal te stellen waarin de stad economische groeide door betere werkgelegenheid en infrastructuur. De prostitutie daalde dan ook aanzienlijk in Haarlem. Dat maakt het moeilijk om een relatie te leggen met het onderwerp en de zorg voor de armen. Bovendien vallen de tegenstrijdigheden in haar betoog op en de vele niet onderbouwde stellingnamen. Er staat een zeer korte literatuurlijst op de achterflap van het boekje afgedrukt, maar het is moeilijk om te achterhalen welke informatie in de tekst daaruit vandaan komt. Een notenapparaat had in dat opzicht veel duidelijk kunnen maken. Bovendien ontbreken belangrijke boeken, zoals het standaardwerk over de Nederlandse prostitutie van Bossenbroek en Kompagnie en ook het onderzoek van Wilma Warmerdam over de armoede in Haarlem schittert door afwezigheid. Dit alles heeft er bij mij toe geleid dat ik twijfel aan het waarheidsgehalte van dit en de andere hoofdstukken in het boekje. Daarom zal ik het werk niet aan iemand aanraden. Er zijn werken die beter gefundeerd zijn en een realistischer beeld geven over negentiende-eeuwse prostitutie. 


Noten
1 Jeanette Dorsman en Monique Stavenuiter, “Vrijgezelle vrouwen van de negentiende eeuw”, Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis 16 (1990) 180.
2. Wilma van den Brink, 'Zedelijk Haarlem' in: Koen Matthijs, Bart van de Putte en Hilde Bras (eds), Leven in de lage landen (Leuven/Den Haag 2010) 271 en 285.
3. o.a. Petra de Vries, Kuisheid voor mannen, vrijheid voor vrouwen (Hilversem 1997) 149; Richard J Evans, 'Prostitution, state and society in imperial Germany', Past and Present 70 (1976) 112 ...
4. Brink, 'Zedelijk Haarlem' 287. 
5. Wilma van den Brink, Zedelijk Haarlem (masterscriptie VU Amsterdam; 2008) 5.
6. Bijvoorbeeld artikel 21 van de verordening uit 1866: "Het staat der publieke vrouwen, die in bordeelen wonen, altijd vrij, die huizen te verlaten. Zij geven daarvoor kennis aan den Commissaris van politie. De houder of houdster van het bordeel, die het verhindert, zal gestraft worden volgens de bepalingen van artikel 28." Dat is een boete van 25 gulden en gevangenisstraf van 3 dagen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen