zaterdag 30 september 2017

Bron: Besmette soldaten

H. Turken, Binnenhuis met vrolijk gezelschap (ongev. 1828)
Foto genomen door WvdB in Noordbrabants Museum
Soldaten vormden in de negentiende-eeuwse prostitutie-branche een belangrijke doelgroep. Prostituees die vaak te vinden waren op of rondom het kazerneterrein werden zelfs "soldatenloopsters" genoemd.(1) Het contact tussen vraag en aanbod was niet zonder risico. Christian blogde al eens over een commandant in Den Bosch die in 1881 zijn soldaten een bordeelverbod oplegt vanwege de angst voor venerische aandoeningen. Prostitutie en geslachtsziekten werden in dit kader vaak met elkaar in verband gebracht. In 1889 wordt een onderzoek over het onderwerp gepubliceerd door statisticus G. Mounier.(2)  Het werk is een interessante bron om te vergelijken met informatie uit andere archiefbronnen op het gebied van negentiende-eeuwse prostitutie. 

Le cuirassier (1899) - Henri Evenepoel
(Bron: Van Gogh Museum)
Behalve prostituees worden vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw ook soldaten in garnizoenssteden wekelijks medisch gekeurd op geslachtsziektes. Op die manier moet voorkomen worden dat de mannen op het slagveld ten onder gaan aan venerische aandoeningen. De uitkomsten van de medische keuringen worden bijgehouden en vormen de basis van Mouniers onderzoek. Als bijlagen heeft hij per garnizoensstad overzichten weergegeven met:

  • het aantal gelegerde soldaten per stad/per jaar;
  • het aantal geconstateerde besmette soldaten per stad/per jaar. 

Mounier maakt een onderscheid tussen de periode vóór en ná de invoering van reglementering op prostitutie. Iedere gemeente bepaalt in die periode namelijk zelf het beleid op dit gebied. De onderzoeker wil hiermee nagaan of met het invoeren van een reglementering het aantal zieke soldaten zal afnemen. Een interessante vraagstelling, maar bij zijn uitkomst kunnen vraagtekens geplaatst worden. 

Een kanttekening
De jaren waarin de reglementering in een garnizoensstad wordt ingevoerd klopt niet altijd in het onderzoek van Mounier. In 's-Hertogenbosch zou dat bijvoorbeeld in 1856 zijn. Maar de stad kende er al een in 1844. Over het aantal zieke soldaten uit de eerdere perioden worden geen cijfers gegeven.

Als we het jaar van invoering negeren, geven de statistische gegevens wel een interessant beeld om te gebruiken in onderzoek naar de geschiedenis over prostitutie.

Voorbeeld: Harderwijk
Cijfers van Garnizoensstad Harderwijk tussen 1850-1856
Bron: onderzoek van Mounier
Een boeiende stad in het onderzoek van Mounier vormt Harderwijk. In 1873 en 1877 ligt het percentage besmette soldaten daar maar liefst boven de 100%. Dit betekent dat een soldaat in die jaren gemiddeld meerdere malen voor venerische aandoeningen is behandeld. Kijkend naar de context is dit goed te verklaren. Harderwijk vormt de vertrekplaats van het Oost-Indisch leger. De recruten die zich aanmelden krijgen er direct een som geld uitgekeerd en dat wordt kennelijk uitgegeven aan publieke vrouwen nog voor ze aan boord stappen.

Onderzoek naar zedelijkheid
Om een beter beeld te krijgen kun je het onderzoek van Mounier vergelijken met andere archiefbronnen, zoals:
  • De registers van een gasthuis in de gemeente
    Als het aantal zieke soldaten stijgt, neemt dan ook het aantal zieke prostituees toe? Prostituees die ziek worden verklaard leveren hun prostitutieboekje in om een medische behandeling te ondergaan.
    Maar: het vooruitzicht op verblijf en behandeling is vaak niet aantrekkelijk. Het komt voor dat prostituees daarom snel vertrekken uit de stad als ze vermoeden besmet te zijn. Het werkelijke aantal zieke prostituees kan dus hoger zijn geweest in een gemeente dan de registers aantonen. 
  • Politieregisters
    Bijvoorbeeld de dag- en nachtrapporten waarin onder andere bordelen/prostituees genoemd zijn.
  • Jaarboeken van een gemeente
    Hierin kan een vermelding van "toestand der gezondheid" zijn toegevoegd waar ook het onderwerp van prostitutie opgenomen kan zijn. Vaak worden dan aantal zieken en/of geregistreerde prostituees genoemd. 
  • Prostitutieregisters en/of dienstboderegisters
    Hierin staan de namen van de legale prostituees. In prostitutieregisters van Leiden en Breda wordt ook aangegeven wanneer een prostituee ziek in een gasthuis is opgenomen. 
  • Archief van Garnizoenscommando, zoals van 's-Hertogenbosch
De cijfers van Mounier bieden mooi vergelijkingsmateriaal met de bronnen hier genoemd en geven daarmee inzicht in het zedelijk peil van een garnizoensstad.


Noten
(1) Klaas de Graaff, De polsslag van het kwaad: tweehonderd jaar gevangen in Den Bosch (Berlicum 2008) 86.
(2) Mounier, G. J. D., Onderzoek naar de betekenis van statistiek der venerische en syphilitische ziekten bij de landmacht in het Koninkrijk der Nederlanden, ter beoordeling van de werking van plaatselijke verordeningen tot bestrijding dier ziekten door reglementering der prostitutie (Den Haag 1889).

Ik heb het werk bekeken bij de Universiteit van Amsterdam, afdeling Bijzondere Collecties. Maar het is ook bij andere wetenschappelijke organisaties in te zien

Geen opmerkingen:

Een reactie posten