zondag 30 oktober 2011

Gelezen: Reddende Liefde

Waar moest je in de negentiende eeuw naar toe als je het wereldje van de prostitutie wilde inruilen voor een "fatsoenlijk" bestaan? Ottho Gerhard Heldring kwam met de oplossing. Speciale opvangcentra waarbij harde arbeid en een volhardend christelijk geloof centraal stonden, vormden de ingredi├źnten voor zijn resocialisatieprogramma. In het boek de Reddende liefde wordt een overzicht gegeven van zijn werk en gedachtegoed, vanaf 1847 tot 2010. Ik zal me in deze boekbespreking vooral richten op het deel over Asyl Steenbeek, het opvangcentrum voor prostituees.

Het bekendste tehuis dat Heldring oprichtte opende haar deuren op 29 januari 1848 (p. 27). Meerderjarige prostituees (23 jaar en ouder) konden er zich vrijwillig aanmelden als ze een nieuw leven als dienstbode wilde starten. Het harde werken en de regelmaat vormden, volgens Heldring, de belangrijkste basis om het tij te keren van de luie en aan luxe verslaafde prostituees. Door hen huishoudelijk werk aan te leren werd bovendien het belangrijkste levensdoel voor vrouwen bereikt, namelijk die van echtgenote, huisvrouw en moeder (p.35). Om zover te komen was tijd nodig. De verblijfsduur was daarom vastgelegd op twee jaar. Behalve het aanleren van huiselijke arbeid, was de tijd nodig om hen op te voeden in het christelijke geloof. Daarnaast bleken velen van hen niet in staat om te lezen en schrijven, zodat ze ook daarin scholing kregen. Tot slot kwam het vaak voor dat vrouwen ziek arriveerden. Het lichamelijke herstel zou een periode duren. Door een goede verzorging op Steenbeek konden de vrouwen beter worden en werd de maatschappij beschermd tegen besmettingen (p.36).

Veranderingen
De tijdsduur van de opname veranderde vanaf 1890. In dat jaar werd door het bestuur vastgesteld dat niet alle vrouwen twee jaar nodig hadden (p.36). Hoe men tot dit besluit komt is niet duidelijk. Maar men concludeerde dat voor sommigen een kort verblijf in een plaatselijk doorgangshuis al voldoende kon zijn om het leven van onzedelijkheid vaarwel te zeggen en een baan te vinden als dienstbode. Het lijkt er op dat prostituees die besloten om het roer om te gooien en via een opvangtehuis uit de onzedelijke wereld te stappen, succes hadden. Maar klopt dit met de werkelijkheid?

Succes?
Behalve de verwijzing naar enkele brieven van voormalige verpleegden, geeft het boek geen helder beeld over de graad van succes om de vrouwen uit de prostitutie te houden. Ongeveer 980 vrouwen hadden Steenbeek bezocht van 1848 tot 1876. Van dat aantal waren er 103 gestorven. In ieder geval 77 vrouwen bleken na hun verblijf terug te zijn gevallen "in zonde". Dit kunnen er echter meer zijn geweest. Hoofdonderwijzer van de normaalschool, de heer Nobel, meldde in 1876 dat er van 498 vrouwen niets meer was vernomen (p.61). Wat wel in het boek wordt vastgesteld is dat de leeftijd van de opgenomen vrouwen daalde na 1880. 

Veranderend Karakter
Vanaf de jaren tachtig komen steeds meer minderjarige prostituees terecht in Asyl Steenbeek. Het boek vergelijkt de aantallen van 1848 - 1852 met de jaren 1883 - 1885  (p.70). Hieruit blijkt dat met name het aandeel tussen de 13 en 17 jaar sterk is toegenomen ten koste van de meerderjarige vrouwen.
Auteur Dubois geeft geen heldere verklaring voor de teruggang van dit aantal. Hij verwijst naar de uitleg van Pierson (opvolger van Heldring) die enerzijds blij is met het aantal minderjarige dat gered wordt uit de prostitutie en anderzijds teleurgesteld is in de daling van het aantal vrijwillige volwassenen (p.72). Hij wijdt dit aan de veranderende mentaliteit van de de samenleving die in zijn ogen steeds individualistischer wordt. Of je de terugloop kunt verklaren door een mentaliteitsverandering, vind ik echter niet voldoende.

Ik vraag me af in hoeverre andere factoren een verklaring kunnen geven voor de daling. Uit het onderzoek naar Haarlemse prostituees bleek bijvoorbeeld dat de leeftijd van de prostituees daalde tijdens de economische recessie in de jaren tachtig. Meer kwantitatieve gegevens over het jaarlijks aantal vrouwen dat verbleef op Steenbeek zou wellicht een nauwkeuriger beeld kunnen geven over de veranderingen. Maar of die gegevens bestaan wordt niet duidelijk in het boek. De verklaring van Dubois voor de scherpe daling na 1905 is aannemelijker.

De Kinderwetten (1905)
Door de nieuwe overheidsregels werd het mogelijk om kinderen uit de ouderlijke macht te plaatsen en het recht over te dragen aan weeshuizen en opvoedingsgestichten. Ouders konden daardoor hun kinderen minder eenvoudig tot prostitutie dwingen. Het betekende dat Steenbeek minderjarige prostituees kreeg toegewezen door kinderrechters en voogdijraden (p.72). De vrijwilligheid voor opname in het opvangtehuis was door de wetgeving verandert in een gesticht waarin kinderen onvrijwillig werden geplaatst om ze zo te redden. Dit betekende voor het personeel op Steenbeek dat het een stuk moeilijker was geworden om de meisjes te bekeren tot het christelijk geloof en ijverige dienstboden (p.73).

Tot slot
Het boek biedt een mooi overzicht van de rijke geschiedenis en verdiensten van de Heldringstichtingen. De belangrijkste bronnen voor het boek zijn de jaarverslagen van de opvanghuizen en de brieven van de vrouwen. Dit geeft een interessant sfeerbeeld van het leven van de vrouwen in de instellingen van Zetten, maar voelt ook onbevredigend, omdat het beeld niet compleet is. Vragen zoals: hoeveel vrouwen kende Steenbeek op jaarbasis, waar kwamen deze vrouwen vandaan en hoe lang bleven ze er werkelijk zouden een welkome aanvulling zijn geweest. Ook ben ik benieuwd in hoeverre de gegevens in de loop van de eeuw veranderen. Maar of het bronnenmateriaal hiervoor bestaat kan niet achterhaald worden in dit boek. Desondanks is het een mooi geschreven stukje historie.


Boek
Dubois, O.W., Reddende liefde: het werk van de Heldringstichtingen in Zetten, 1847-2010 (Hilversum 2010).


Andere bronnen
  • Vries, Jeronimo de, Geschiedenis van het Asyl Steenbeek, en iets over andere inrigtingen tot opbeuring van boetvaardigen in Nederland (s.n. 1853).
  • Finnegan, F., Poverty and prostitution: a study of Victorian prostitutes in York (Cambridge 1979).




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen