Maison Weinthal Ansichtkaart


Historicus en onderzoeker
Rob de Spa* liet mij afgelopen week een van de originele ansichtkaarten zien die in 1902 werden gedrukt in opdracht van Guillaume Rigal. Deze Fransman was de laatste bordeelhouder van Maison Weinthal in Amsterdam. De Spa vond de prachtige bron uit het verleden op Marktplaats. Maar niet alleen de voorzijde van de kaart is boeiend.

Sluiting van Amsterdamse bordelen
Het drukken van de kaarten was een reactie op de nieuwe verordening die de hoofdstad in 1902 invoerde. Daarin werd vastgelegd dat alle inrichtingen waar tegen betaling “ontuchtige handelingen” plaatsvonden strafbaar waren.(1) Het exploiteren van legale bordelen was enkele jaren eerder, in 1897, al verboden. Met de nieuwe regelgeving werden ook de verkapte publieke huizen aangepakt. Tot deze categorie behoorde ook het grote en luxueuze bordeel Maison Weinthal, dat na het verbod van 1897 verder was gegaan onder de naam Hotel Weinthal. De eigenaar liet het er niet bij zitten en kwam in het verweer.

Protest
Rigal liet ansichtkaarten drukken met een afbeelding waarop het 'hotel' stond afgebeeld met daarboven het hoofd van een dame met een grote hoed. Het tafereel werd omlijst door een getekende krans van mannengezichten die hun blik op zowel het pand en de vrouw richtten. Onderaan de kaart stond de tekst: "De nieuwe Politie-Verordening. Je mag er wel naar kijken, maar inkomen niet."

De geadresseerde
Behalve de voorzijde is ook de achterzijde van de ansichtkaart interessant. Aan wie was een dergelijke boodschap geadresseerd? De vondst laat zien dat het ging om een officier bij de infanterie, kapitein R.E. van Dijk, die van 1873 tot 1896 had gediend in Atjeh en daarvoor een eervolle onderscheiding had ontvangen.(2) Aangezien de kaart werd gestuurd naar Bangkinan in Sumatra ging de verzender ervan uit dat de kapitein nog in Nederlandsch-Indië verbleef.

De afzender
Het lijkt voor de hand liggend dat de bordeelhouder deze kaart had gestuurd. De doelgroep van het bordeel lag bij de hogere klasse en het leger was een bekende afnemer van de diensten die dit 'hotel' aanbood. Een kapitein kon tot deze klantengroep behoren of wellicht was hij bevriend met Rigal. De bordeeleigenaar zou echter geen namen van bezoekers prijsgeven en daarom blijft het bij vermoedens.  

Bijnamen
De Telegraaf interviewde de bordeelhouder in 1902 naar aanleiding van de nieuwe verordening. Daarin vertelde Rigal: "Ik ken het meerendeel mijner gasten, ook die klanten zijn, alleen bij bijnamen. Ik ken een Baron Boem en een Jonkheer Bam. Maar ik weet niet of zij Baron of Jonkheer of Bam of Boem zijn. En op straat ga ik hen voorbij, alsof ik ze nooit gezien heb".(3) 

Het lijkt onwaarschijnlijk dat hij als eigenaar weinig wist over de echte identiteit van de klanten die het 'hotel' vaak bezochten.

Historische waarde van de kaart
Zo levert de achterkant van de ansichtkaart meer vragen op dan antwoorden. Toch schuilt juist daarin de historische waarde van dit object. De kaart werpt een licht op de wisselwerking tussen moraal, wetgeving en sociale netwerken aan het begin van de twintigste eeuw. Hoeveel van deze kaarten zijn er gedrukt en wie ontvingen ze? Misschien liggen er nog exemplaren verscholen in archieven of privécollecties. Het zijn de stille getuigen van een publieke zaak die liever discreet werd gehouden.




* Dank aan Rob de Spa voor de afbeeldingen

Noten
1. Geciteerd uit: De nieuwe courant. 's-Gravenhage, 02-10-1902, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 01-03-2026. Zie ook: J.F. van Slobbe, Bijdrage tot de geschiedenis en de bestrijding der prostitutie te Amsterdam. (Amsterdam 1937); A. de Wildt, 'De bewogen geschiedenis van Maison Weinthal', Ons Amsterdam (2002).
2. Nederlands Militair Erfgoed, Officiersboekjes, 1902, Soest.
3. De Telegraaf. Amsterdam, 13-08-1902, p.1.  Geraadpleegd op Delpher op 01-03-2026. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Choker sierraad en prostitutie

Geheim register van vrijgelaten gevangenen, 1882-1897